Terug

Granaatappel correct snoeien, ontpitten en kweken

Inhoud

 

Hoe wordt een granaatappel correct gekweekt?

Granaatappels zijn in onze breedtegraden overwegend potplanten. In de volle grond kweken is slechts bij een combinatie van koude tolerante soorten en een mild klimaat voor een zonnige huismuur of in een beschutte binnenhof mogelijk. Normaal gesproken wordt een compleet zonnige en beschutte plaats op het terras of in de serre gekozen. Koude wind is in de overgangsperiode schadelijk. Een schaduwplek is hinderlijk voor de bloesem- en vruchtvorming, want deze ontstaan slechts met voldoende zonlicht.

Wat de bodem betreft heeft de granaatappel een goede doorlatendheid nodig. Te bereiken is dit met een hoog aandeel van mineralen, bv. door zand, lava- of kleikorrels. In de pot wordt potgrond voor potplanten verrijkt met kleikorrels gebruikt.

Net als de meeste potplanten heeft de granaatappel in een kuip geplant minstens alle 5 jaar een uitwisseling van het substraat nodig. Dit kan het beste in het voorjaar worden gedaan, als de groei opnieuw begint en de potkluit volkomen doorworteld is. Het is aan te raden het verbruikte substraat zo goed mogelijk te verwijderen en te vervangen. Een jaarlijkse vervanging van de bovenste laag is aan te bevelen. Op deze manier kunnen nieuwe voedingsstoffen bij de wortels komen. Als kuip kan het beste een grote pot van aardewerk worden gebruikt. Aan de ene kant hebben deze meer flair en heeft de plant door zijn gewicht een beter houvast. Dringend noodzakelijk zijn gaten in de bodem zodat het water goed kan weglopen. 

 

Hoe wordt een granaatappel correct onderhouden?

De granaatappel heeft een matige behoefte aan water. Kortere droogtefases kan de struik in de pot moeiteloos overwinnen. Met te veel vocht heeft de plant definitief een probleem. Als het water niet weg kan lopen of het substraat heeft te veel vocht, kan dit leiden tot wortelrot, bladverlies en uiteindelijk de sterfte van de plant. Ervaren tuinders gieten de granaatappel zo, dat de bodem gelijkmatig vochtig blijft. 

Wat apart van de moederbodem in een kuip groeit, heeft extra voedingsstoffen nodig. Het uitwisselen van de bovenste laag, is, voor wat de voedingsstoffen betreft, een goed begin, maar niet voldoende. In de groeiperiode heeft de granaatappel alle 2 tot 4 weken een bemesting met een vloeibare meststof voor kuipplanten nodig. Wie niet zo vaak wil bemesten, neemt een lang houdbare meststof – meestal 4 maanden lang houdbaar – en graaft deze in de bovenste laag in.  Vanaf half augustus heeft de struik geen meststof meer nodig en ook het gieten wordt dan gereduceerd.

Hoe wordt de granaatappel correct gesnoeid?

Bij een struik denkt men dat deze regelmatig gesnoeid moet worden. Dit is bij een granaatappel maar beperkt noodzakelijk. Gesnoeid wordt alleen als de kroon te groot wordt of takken storend groeien. Lange of verdichtende takken worden al in de herfst, voordat de plant in zijn winterkwartier verhuist, gesnoeid of uitgedund. Een eventuele verdere vorm snoei wordt in het voorjaar gedaan voordat de plant uit gaat lopen.

Hoe overwintert de granaatappel het beste?

In de herfst verhuist de granaatappel pas in het winterkwartier als de eerste lichte vorst eraan komt. De kuipplant verdraagt temperaturen tot -5° C zonder schade. Dit tijdstip geeft de plant aan door de bladeren te verliezen. In milde winters kan de ingepakte plant zo lang mogelijk buiten blijven. Alleen bij sterke vorst gaat ze dan naar binnen. Zonder bladeren is fotosynthese niet mogelijk en het winterkwartier moet daarom ook donker zijn. Overwinteringstemperaturen van meer dan 10° C zijn niet aan te bevelen. De rustende planten worden onnodig gestimuleerd om uit te lopen. Het gieten wordt tot een minimum teruggebracht en meststof wordt niet gebruikt. Als in maart de granaatappel uit begint te lopen, kan deze weer naar buiten. Ze krijgt nog wel bescherming als late vorst dreigt.

Om de granaatappel te vermeerderen kunnen het beste stekjes of stekhoutjes worden genomen. Stekjes worden in het late voorjaar beworteld en minstens 10 cm lange stekhoutjes zonder bladeren in de winter. De vermeerdering d.m.v. zaad is bij de pure soorten, maar ook bij de dwerg-granaatappel mogelijk. Het zaad kiemt bij 20° C al na enkele weken. Planten die d.m.v. zaad vermeerderd werden hebben echter meerdere jaren nodig voordat de vruchtvorming ontstaat. Angst voor ziektes of ongedierte hoeft men niet te hebben. Het is uiterst zelden dat de granaatappel door ongedierte besmet wordt. Veel waarschijnlijker is schade aan de wortels doordat te veel water wordt gegeven.

Hoe wordt de granaatappel gebruikt?

Doordat de granaatappel al meer dan duizenden jaren gekweekt in veel gebieden wordt gekweekt, is deze uiterst belangrijk. Zijn vruchten zijn bijzonder lang houdbaar en bevatten vele gezonde inhoudsstoffen zoals mineralen, vitamines en antioxidanten. Het rode zaad zit in het vruchtvlees, kan vers, als fruit, of als bestanddeel in salades of als dessert worden genuttigd. Van het sap wordt saus, gelei of siroop gemaakt. Elke cocktailliefhebber kent beslist de grenadine wat ook van granaatappelsap wordt gemaakt.

Welke werking heeft de granaatappel?                       

In de geneeskunde wordt de granaatappel bij diarree, parasieten en ontstekingen aanbevolen. Hiervoor wordt o.a. de bast van de wortels en de schil van de vrucht gebruikt.

Door haar grote bloemen en de daaropvolgende vruchten is de granaatappel ook een prachtige sierstruik. De siersoorten bezitten opvallend gekleurde, vaak gevulde bloemen. Men treft de planten vaak als sierstruik op het terras aan.

Wanneer is een granaatappel rijp?

Op een optimale standplaats en bij goede weersomstandigheden, worden de vruchten in de herfst tussen september en oktober rijp om te oogsten. In onze breedtegraden komt een oogst van granaatappels niet zo vaak voor, in de meeste gevallen alleen in een goed beluchtte serre.

Hoe wordt een granaatappel correct ontpit?

Het kost nogal wat moeite om aan de meer dan honderd, kleine robijnrode vruchtjes te komen. Het beste is het de vrucht te halveren en de vruchten er over een schaal uit te kloppen. Het wordt gemakkelijker als de schil tot het vruchtvlees wordt ingekerfd.

 

Verdere informatie

De botanische naam „Punica“ is waarschijnlijk veel bekender als merkproduct van de drank industrie dan als granaatappelboom. De granaatappel behoort tot de oudste gekweekte planten en wordt al meer dan duizend jaar gekweekt. Zijn oorspronkelijke afkomst wordt in het Midden-Oosten van de Kaukasus tot naar Jemen vermoed. Door zijn smakelijke vruchten zijn ze al in de oudheid naar Noord-Afrika, Zuid-Europa en Indië gekomen, zodat zijn eigenlijke afkomst moeilijk te achterhalen is. Zijn invloed was ook toentertijd zo sterk, dat het kweken van de vruchten grote gebieden en landerijen beïnvloedde. Er is een sterk vermoeden, dat de appel van Adam en Eva in het paradijs een granaatappel was. Sporen van het belang ervan zijn nog steeds te vinden in het oude China, het oude Egypte, de Griekse mythologie en latere culturen. De granaatappel is voor velen een teken van vruchtbaarheid. Zijn houdbaarheid van tot wel 6 maanden maakte in het verleden van de granaatappel een levensmiddel wat veel vitamine C bevatte.

De granaatappel (Punica granatum) is een loofboom van de kattenstaartfamilie (Lythraceae). Het Punica geslacht heeft slechts 2 rassen. De granaatappelboom groeit uit tot een dichte, goed vertakte, deels ook stekelige struik of een kleine boom. In zijn thuisland of in de warmere gebieden zijn groeihoogtes van meer dan 5 meter niet zelden. De boom is niet vorstbestendig en is daarom in onze regio al meer dan 500 jaar een geliefde kuipplant, die de winter vorstvrij doorbrengt. Enkele gekweekte soorten (bv. Daru) zijn iets harder. In milde wijnbouwgebieden kan het daarom lukken, de granaatappel in de volle grond te houden. De kort-gesteelde bladeren hebben een lichtgroene kleur, glanzen en zijn langvormig. Een hoge sierwaarde bieden de 5-tallige trechterbloemen met de oranjerode kleur. Hieruit ontstaan, na een succesvolle bevruchting, ronde geelbruine vruchten met een leerachtige huid van 10 cm doorsnee. Het oogsten van granaatappels komt niet vaak voor en lukt alleen op optimale standplaatsen. Cultivars verschillen door vruchtgrootte en -kleur.

Al meer dan honderden jaren geleden was de granaatappel naast de citrusplanten een waardevolle potplant, die in koninklijke en vorstelijke oranjerieën vaak voorkwamen. Tegenwoordig treft men de kuipplanten vaak in kasteelparken en openbare tuinen aan. In een kuip gehouden granaatappels groeien tot 3 meter hoog. Voor de eigen tuin of het terras is de dwerg granaatappel (Punica granatum var. Nana) aan te bevelen. Deze soort wordt slechts 150 centimeter hoog, heeft smallere blaadjes, kleinere bloemen en muskaatnoot grote vruchten. Bij de sierstruiken zijn vooral de bloemen erg geliefd, die rood, wit of crème-geel gekleurd en deels ook gevuld zijn.

Passend daarbij...

omhoog