Terug

Framboos

Planttijd

De beste planttijd is van maart tot oktober in een warme grond, zo heeft de gevreesde wortelrot minder kans.



Standplaats en voorbereiding van de bodem


Frambozen houden van een humusrijke, diepgrondige en goed daarlaatbare bodem. Zij verdragen geen stuwvocht. Bij een verdichte bodem is het noodzakelijk deze los te maken en te verrijken op minstens 0,5 m diepte met goede compost en losse tuinaarde. Het tuinperk ca 0,8 – 1 m breed voorbereiden en vooral bij een zwakkere bodem een 25-30 cm hoge dam vormen.

Op de bodem die beplant wordt mag minstens 5 jaren geen framboos hebben gestaan.
 


Plantafstand/ beplanting
 

In een rij op 0,4 – 0,5 m, afstand per rij 1,8 – 2 m. Zo mogelijk in enkele rijen planten. De planten van tevoren een half uur in het water zetten. De pot verwijderen. Het onderste deel van de wortelbal in rijrichting uit elkaar trekken. Niet te diep planten. De bovenste wortels maximaal op 2 cm met aarde bedekken. Na het planten goed aangieten.

 

Verzorging


Bij droogte regelmatig gieten. Vooral voor en tijdens de oogst mogen frambozen niet te weinig water krijgen omdat de vruchten anders klein blijven.



Snoei


1. Zomerframbozen

Als de scheuten ongeveer 20-40 cm hoog zijn worden ze op 12-15 gezonde, halfsterke twijgen per lopende meter uitgedund. De overtollige scheuten tot op de grond afsnijden. Te dichte stand bevordert ziektes!

Na de oogst kunnen de donkerbruine takken die vruchten hebben gedragen en nu afgestorven zijn tot aan de grond worden weggesnoeid. Zieke takken verbranden, gezonde klein snijden en tot compost verwerken. De jonge scheuten aanbinden. Twijgen die meer dan 2 m lang zijn kunnen in november op 20 cm boven de bovenste draad worden teruggesnoeid. In het voorjaar uitdunnen tot op 10-12 gezonde en onbeschadigde takken.

2. herfstframbozen

Na de zomer-/herfstbeplanting de takken pas in het voorjaar snoeien als de nieuwe scheuten uit de grond komen. Begin tot half mei uitdunnen tot ongeveer 25-30 twijgen per lopende meter. Hierdoor bereikt men luchtigere struiken (gezondere takken, minder vatbaar voor ziektes) die meer vruchten dragen. Tijden de winter (december-februari) alle takken tot op de grond afsnijden. Uit het bestand halen en tot compost verwerken of verwijderen.

Passend daarbij...

omhoog