Bramengalmijt (rode vruchtziekte) bestrijden
Inhoudsopgave
- Beschrijving en schade door de braamgalmijt
- Preventieve maatregelen voor het ontstaan van de bramengalmijt
- Bestrijding van de bramengalmijt
Beschrijving en schade veroorzaakt door de bramengalmijt
De bramengalmijt heeft een witachtige kleur en een lengte van 0,1 tot 0,17 millimeter. Het ongedierte kan alleen herkend worden met een vergrootglas. Hij nestelt zich in de braam en onttrekt voedingsstoffen uit de bramen, waardoor de vruchten niet goed af kunnen rijpen. Ze tasten de smaak en de houdbaarheid van de bramen aan. Soms zuigt de bramengalmijt ook sappen uit de bladeren en takken van de struik, maar dit levert verder geen schade op en is ook niet zichtbaar. Van de bramengalmijt overwintert alleen het vrouwtje als volwassen mijt achter de knopschubben of diep in knoppen vaak ook op gedroogd fruit dat nog aan de struik zit. Vanaf oktober gaat ze in rust en begin maart komt ze weer tevoorschijn. Ze begint zich te voeden aan de openbrekende knop en de ontvouwende blaadjes. Vanaf begin april legt ze haar eieren tussen de haren aan de onderkant van het blad. Na enkele weken ontwikkelen zich daaruit de larven, die zuigen aan het blad. Vanaf half mei zijn ze ontwikkeld tot volwassen mijten, die vanaf begin juni hun eieren afzetten in de bloemen. Deze ontwikkelen vrij snel weer tot een nieuwe generatie mijten en zo kunnen er vanaf augustus tot oktober verscheidene generaties mijten ontstaan. Het zijn de mijten van deze generaties die in de vruchten de schade veroorzaken. Vanaf oktober gaan vrouwtjesmijten in rust in de knoppen.
Meestal zijn het slechts delen van de braam die niet rijpen. Dit komt omdat de braam botanisch gezien een zogenaamde “geaggregeerde steenvrucht” is. Net als de framboos bestaat hij uit verschillende afzonderlijke vruchten met zacht vruchtvlees en een harde pit. Dit laatste groeit rond de vruchtkegel, waardoor het zaad voor ons de vrucht lijkt te zijn. Bramen zijn net als de framboos samengestelde vruchten.
Preventieve maatregelen voor het ontstaan van de bramengalmijt
Om te voorkomen dat de bramengalmijt zich in de bramen gaat nestelen is het belangrijk om de planten zo gezond en sterk mogelijk te houden. Gestreste planten zijn kwetsbaarder voor het ontstaan van ongedierte en ziektes. Hiervoor is het noodzakelijk optimale groeicondities te creëren, zoals de juiste bemesting en bewatering. Verder onkruid in de buurt van de planten zoveel mogelijk verwijderen. Regelmatig de planten controleren op mogelijke ziektes of ongedierte. Verder ook gereedschap wat bv. voor het snoeien wordt gebruikt van tevoren te desinfecteren.
Bestrijding van de bramengalmijt
Omdat de bramengalmijt tamelijk verborgen leeft, is bestrijding niet zo eenvoudig. Enkele maatregelen die genomen kunnen worden zijn het verwijderen van de aangetaste vruchten om de hoeveelheid mijten laag te houden, verder kunnen afgedragen stengels voor de winter verwijderd worden. Het is ook mogelijk om de struik tot op de grond weg te snoeien om de plaag te bestrijden. Een bramenstruik geeft vruchten op het tweejarige hout. Met deze laatste snoeimethode kost dit dus een jaar aan oogst. Een laatste mogelijkheid is elk jaar of alle twee jaar nieuwe struiken gebruiken.
Bij een zware aantasting en vooral om de schuilplaatsen in de winter te vernietigen, moet de bramenstruik worden teruggesnoeid en uitgedund. Hangend fruit, zogenaamde “fruit mummies”, moet voorzichtig verwijderd worden. Fruitmummies” zijn beschimmelde of verdorde steen- of pitvruchten die in de herfst niet van de boom of, in dit geval, van de struik zijn gevallen en langzaam verwelken. Verder wordt in het komende voorjaar een zgn. “uitloperspuitmiddel” aangeraden om galmijten te bestrijden, bijvoorbeeld met een koolzaadoliesubstantie. (art.nr. 3309) Met dit spuitmiddel kunnen plagen die op de struiken overwinteren al in de lente worden bestreden, d.w.z. op het moment dat de scheuten zich beginnen te ontwikkelen. Koolzaadolie wordt aanbevolen omdat het geen giftig effect heeft op de bramengalmijten. In plaats daarvan worden ze bedekt met een millimeter dun laagje olie dat ze in enkele seconden doodt. De vruchten die na zo'n behandeling ontstaan, kunnen dus gewoon worden gegeten.
Verder is het in Nederland in de biologische teelt ook toegestaan om spuitzwavel tegen de bramengalmijt te gebruiken. Dit middel is echter slecht voor het milieu en bovendien ook niet zeer effectief, waardoor vaak meerdere behandelingen nodig zijn. Aangetaste vruchten kunnen ook niet worden gegeten maar moeten verwijderd worden. Hiermede kan wel verdere aantasting van de struik worden voorkomen.
Gebruik
maart tot mei