Pruimenmot bestrijden
Inhoudsopgave
- Beschrijving en schade door de pruimenmot
- Ontwikkeling van de pruimenmot
- Bestrijding van de pruimenmot
- Voorkomen van de pruimenmot
Beschrijving en schade door de pruimenmot
De pruimenmot is net als de fruitmot een onopvallende nachtvlinder die behoort tot de familie van de bladrollers. Hij is 8 mm groot en grijs van kleur met blauwe schubben. Hij vliegt ’s avonds en in het begin van de nacht.
Naast de fruitmot is de pruimenmot de tweede grote schadebrenger in de fruitteelt. Vooral bij halflate en late rassen kan de pruimenmot volledige oogsten doen mislukken.
de pruimenmot zorgt voor rupsen in de pruimen. Ook andere vruchten zoals perziken, mirabellen, abrikozen en zelfs kersen kunnen door de pruimenmot worden aangetast.
De pruimenmot larve boort zich via het steeltje een kleine gang net onder de schil om vervolgens naar de pit te kruipen. Ook het vruchtvlees rond de steen wordt weggegeten. Daar is vaak ook een natte zwarte brij te zien, die in de boorgang achterblijft, de uitwerpselen van de rupsen.
Als de pruimenrups de vrucht langs de schil verlaat, ontstaat een gat van 2 mm in de vrucht. Er kan gom uit die boorgaten lopen, een soort hars die verhard. Aangetaste vruchten rijpen sneller en vallen af. Bij pruimen komt er geen boormeel naar buiten zoals bij appels en peren. De aantasting door pruimenmot wordt dan niet zo snel opgemerkt.
Ontwikkeling van de pruimenmot
Eitjes worden door de vrouwtjes afgezet op windstille, warme avonden bij een temperatuur van 15°C of meer. Als het opnieuw koud wordt, kan het afleggen van de eitjes ook tijdelijk worden gestopt. Bij warm weer komen de eitjes al na een week uit. Bij kouder weer duurt het langer voordat ze uitkomen. Het afleggen van de eitjes gaat door tot in september.
De eitjes van de pruimenmot worden afzonderlijk afgelegd, één per jonge vrucht. De jonge larven van de pruimenmot zijn crèmekleurig, de volgroeide larven roze met een zwarte kop. Op het moment dat ze volgroeid zijn, zijn ze goed zichtbaar en ongeveer 12 mm lang. De pruimenmot larve doorloopt in de vrucht 5 larvestadia.
Volgroeide pruimenmot rupsen verlaten de vruchten. Een deel van hen (de eerste volgroeide rupsen) verpoppen zich achter boomschors of in de grond en vormen later een tweede generatie. Een cocon is lichtbruin van kleur en is 7 mm groot. Na ongeveer twee weken komen de nieuwe pruimenmotten tevoorschijn. De tweede generatie motten zet de eitjes af op de halfrijpe pruimen.
Een ander deel van de eerste generatie pruimenmot larven maken direct een overwinteringscocon en spinnen zich in en verpoppen pas een jaar later.
Bestrijding van de pruimenmot
De motten beginnen eind april te vliegen en de tweede generatie wordt actief in juni. In sommige gebieden is er een derde generatie in augustus. Pruimenmotten worden daarom bestreden van begin/half april tot eind september. Vanaf half april moeten feromoonvallen (pruimenmot) worden opgehangen in de buurt van of in de boom, bijvoorbeeld die van CELAFLOR® Naturen®. Met behulp van feromonen (seksuele lokstoffen) worden mannelijke pruimenmotten aangetrokken en blijven ze aan de lijmbodem hangen. Hierdoor worden de vrouwtjes niet langer bevrucht en leggen ze onbevruchte eitjes. Na ongeveer 6 weken moeten de feromoonvallen vervangen worden door het navulset om nog meer pruimenmotten te bestrijden. Eén val beschermt ongeveer drie bomen in de directe omgeving.
Verder is het belangrijk om de afgevallen pruimen zo veel mogelijk op te rapen en in de GFT bak te doen. Dit helpt om de aantasting van pruimenmot tegen te gaan. De rupsen die nog in de vruchten aanwezig zijn op het moment dat ze op de grond vallen, zullen namelijk de pruimen verlaten en een overwinteringsplaats zoeken in de grond of in de schors van de boomstam.
Voorkomen van de pruimenmot
Door het bevorderen van biodiversiteit in de tuin is het mogelijk diverse plagen in de tuin te voorkomen en te bestrijden. Natuurlijke vijanden beperken de schade omdat de schadelijke insecten als voedsel dienen.
Dit kan worden gedaan door nestkasten voor koolmezen, pimpelmezen en vleermuizen op te hangen, alsmede insectenhotels voor bijen, lieveheersbeestjes kastjes en oorwormenhuisjes in bomen te plaatsen.
Belangrijk is het ook een natuurlijke tuin aan te leggen met hagen, struiken en bomen waar nuttige insecten in kunnen overwinteren, een bloemenweide te zaaien die veel vlinders en bijen aantrekken en het gras onder bomen in fases te maaien – dus een deel blijft lang.