Appelbladvlo (Psylla mali)
Inhoudsopgave
- Beschrijving van de appelbladvlo
- Bestrijding van de appelbladvlo
- Gebruik van de bestrijdingsmiddelen
- Verdere Informatie
Beschrijving van de appelbladvlo
De appelbladvlo behoort tot de tot de plantenluizen behorende bladvlooien. De volwassen vlooien zijn ca. 3,5 mm lang en ze leven bijna uitsluitend op appelbomen. Af en toe zijn ze ook op perenbomen te vinden. Ze komen in ons land geregeld voor. Beschutte standplaatsen zijn goed geschikt voor de ontwikkeling van de appelbladvo.
De platte larven van de appelbladvlo richten de schade aan, ze scheiden grote hoeveelheden honingdauw af, waardoor de bladeren en de takken kleverig worden. Deze honigdauw kan verbrandingen verwekken. Bladeren en bloesems vertonen dan zwartachtige vlekken. De grootste schade ontstaat niet bij de bladeren, maar aan de bloesem. Als er veel larven op de boom zitten kan zelfs de gehele bloei en daardoor de vruchtzetting vernietigd worden. Ze verhinderen bovendien ook de groei van jonge scheuten.
Bestrijding van de appelbladvlo
Grondig sproeien met pyrethrum. Er zijn verschillende middelen in de handel beschikbaar. Bv. Spruzit-R is goed te gebruiken.
Als u een biologische bestrijding nastreeft, is het raadzaam in het najaar een lijmring aan de boom aan te brengen. Een tweede lijmring dan in maart. Hierdoor wordt vermeden dat mieren in appelbomen kunnen klimmen. Mieren bekloppen de bladluizen omdat ze de honingdauw lekker vinden. Mieren beschermen daarom de bladluizen tegen hun natuurlijke vijanden.
Het is ook mogelijk lieveheersbeestjes of larven van gaasvliegen uit te zetten. Insecten eten bladluizen. Kies voor larven van lieveheersbeestjes als de aantasting gering is. Als de besmetting groot is of meerdere bomen zijn aangetast met de appelbladvlooien, kies dan voor larven van gaasvliegjes. Deze laatste zijn in grotere hoeveelheden te verkrijgen en goedkoper.
Gebruik van de bestrijdingsmiddelen
februari tot april
Verdere informatie
Wanneer men in de winter appeltwijgen onderzoekt met een sterk vergrootglas, dan vindt men er bijna altijd appelbladvlo-eitjes op. De kleur van het ei is vuilgeel tot oranje. De vorm is langwerpig-ovaal. Beide topuiteinden zijn wat toegespitst.
In het begin van het groeiseizoen verlaten de larven het ei. Zij vestigen zich rond de ontluikende bladeren en bloesem en zuigen de blaadjes en de bloemtrossen uit. Aanvankelijk zijn de larven geelachtig. Later nemen zij een groenachtige kleur aan. Zij dragen dan korte vleugelstompjes.
Rond begin juni, verschijnen de volwassen gevleugelde bladvlooien. Hun kleur is lichtgroen, Rond dit tijdstip neemt de schade een einde.
In augustus-september, ook wel later, wordt het winterei afgezet op de takken, maar meestal op het dunnere hout. Het broedsel zit met een eisteel vast in de schors. Psylla mali ontwikkelt maar één generatie in de loop van een jaar.
