Terug

Toverhazelaar op de juiste manier planten, snoeien en vermeerderen

Inhoud

 

Hoe wordt de toverhazelaar geplant?

Toverhazelaars voelen zich zowel in de zon als in de halfschaduw prettig, ook graag op een windbeschutte plaats. Koude oostenwind in de winter belemmert de vroege bloei en leidt ertoe dat de bloemen zich oprollen. Een betere standplaats is bij een huiswand of heg. Een diepgrondige, vruchtbare en losse bodem met voldoende vochtigheid en een PH-waarde tussen zuur en neutraal bezit alles was een toverhazelaar nodig heeft om te groeien. Zowel een verdichte grond, als ook stuwvocht, droogte of kalk is ongunstig rondom de wortels. Een klei- en leembodem of ook een droge zandbodem moet daarom verbeterd worden. Ook lijden toverhazelaars onder een te hoge worteldruk van sterke buurplanten.

Geplant wordt in de herfst of als containerplant ook in het voorjaar. Ze worden op een geprepareerde plaats en niet te diep ingezet. Bij de plantafstand is te letten op de groeibreedte, die tot wel 4 meter kan bedragen. Met een afstand van tenminste 1,5 tot 2 meter moet rekening worden gehouden – op de lange duur zelfs tot 16 vierkante meter. De plantgaten in zand- of leembodems moeten duidelijk groter uitvallen. Bij een zandbodem wordt het plantgat met een humusrijke compost gevuld. De bodem van het plantgat met een klei- en leembodem wordt met een spitvork losgemaakt en een grove doorlatende kiezellaag wordt erdoorheen gemengd om de doorlaatbaarheid te verhogen.

Het opdragen van boomschors op de boomschijf buigt het uitdrogen voor en beschut tegelijkertijd tegen een opkomende wilde groei. Mulch vindt echter niet iedereen prettig. De geliefde onderbeplantingen in de vorm van bodembedekkers zijn een mooi alternatief. Geschikt hiervoor zijn de meer terughoudende en vlak wortelende bodembedekkers die geen concurrentie gaan vormen. Het duizendknoopje (Persicaria bistorta), de voorjaarsanemonen (Anemona blanda), bosanemoon (Anemona nemorosa), goudaardbei (Waldsteinia ternata) of de groenblijvende kleine maagdenpalm (Vinca minor) zijn willige partners voor een onderbeplanting.

De eerste 3 tot 5 jaar zijn nauwelijks zichtbare groeisuccessen te herkennen. Pas als de toverhazelaar de standplaats volledig heeft aangenomen groeien ze uit tot sierlijke heesters. Het verplanten moet daarom zeer goed worden overwogen want de sierheesters reageren deels gevoelig en rancuneus. Oudere exemplaren worden reeds in het voorjaar, maanden voor het verplanten in de herfst losgemaakt. Alleen op deze manier kunnen er nieuwe fijne wortels worden gevormd, die het aangroeien na het verplanten mogelijk maken.

 

Hoe wordt de toverhazelaar verzorgd?

Tijdens de groeiperiode moet de toverhazelaar voldoende vochtigheid krijgen, echter zonder “natte voeten”. Een mulch van compost brengt voedingsstoffen in de bodem. Vooral noodzakelijk op zandgronden, omdat de lichte bodem voedingsstoffen slechts beperkt kan opslaan. Voor een zeer arme of magere bodem is het zelfs aan te bevelen hoornspaanders als extra bemesting te gebruiken. De mulch wordt ieder jaar vervangen, zonder dat deze diep wordt ingeharkt. Wortelbeschadiging registreert de toverhazelaar.

In de winter is het aan te bevelen de jonge struiken bij een strenge vorst met een licht vorstbeschermingsvlies in te pakken. Om de scheuten en knoppen hoeft men zich geen zorgen te maken, maar wel om de tere bloemen in de winter. De toverhazelaar bloeit zwak als de zomer daarvoor te droog was of het in de winter langdurig vriest. Dan bloeit de toverhazelaar enkele weken later.

Voor ziektes of ongedierte is de toverhazelaar onbevreesd. Op ongunstige standplaatsen is een beval met het gewone meniezwammetje (Nectria cinnabarina) mogelijk.

Hoe wordt de toverhazelaar gesnoeid?

Het snoeien van de toverhazelaar is nauwelijks noodzakelijk. Ze vormt van nature een gelijkmatige kroon. Snoeibeurten concentreren zich op het verwijderen van storende of scheve takken en scheuten. Deze groeicorrecties moeten zo mogelijk in een jong stadium worden doorgevoerd, want meerdere centimeters grote snijwonden genezen slecht.

Het vermeerderen van de toverhazelaar is vaak moeilijk te realiseren en is zeer tijdintensief. Het is raadzaam het vermeerderen aan de boomscholen over te laten. Generatief kunnen meerdere jaren voorbijgaan, voordat het zaad begint te kiemen. Soorten worden in de late zomer geoculeerd of in de late winter geënt.

 

Hoe wordt de toverhazelaar gebruikt?

Toverhazelaars zijn aparte bladstruiken met een langzame groei. Op een windbeschutte standplaats kunt u van een alleenstaande struik genieten en ook met voldoende afstand in een gemengd struikenperk of als heg zijn ze prachtig om te zien. Indrukwekkend ziet een toverhazelaar er voor een groenblijvende heg uit, zodra het kleurenspel in de herfst begint en in de winter de vele bloemen bonte accenten zetten.

In de natuurlijke heilkunde is de virginiana toverhazelaar bekend als adstringerend, ontsteking verminderend middel en als rustgevend middel voor de slijmhuid bekend. Bladeren, takken en schors worden voor cosmetica in crème en zalf verwerkt.

 

Welke toverhazelaar soorten zijn er?

De pure soorten zijn in de tuinbouw nauwelijks verspreid. In de meeste tuinen is de hybride toverhazelaar (Hamamelis x intermedia) en haar soorten aan te treffen.

  • Hamamelis 'Arnold Promise' – kleinere soort met stralend gele en gekrulde bloemen
  • Hamamelis 'Diane' – matig groeiende toverhazelaar met stralende rode bloemen
  • Hamamelis 'Jelena' – brede, rechtop groeiende soort met koper-oranje bloemen
  • Hamamelis 'Pallida' – losse kroonvormende en grootbloemige soort met zwavel-gele, intensief geurende bloemen
  • Hamamelis 'Rubi Glow' – brede, bossige toverhazelaar met een langzame groei, intensief rood herfstblad en donkerrode bloemen

 

Is de toverhazelaar giftig?

Het is niet bekend dat een toverhazelaar giftig is. Irritaties kunnen bij gevoelige mensen, net als bij alle planten, niet worden uitgesloten.

 

Verdere informatie

Bijna sprookjesachtig klinkt de naam toverhazelaar, die tot de winterbloeiende sierstruiken behoort. Toverhazelaars zijn bekende zomergroene, oftewel bladverliezende struiken, die de naamgever zijn voor de toverhazelaargewassen (hamamelidaceae). Tot deze familie behoren verdere heesters, bv. als bekende vertegenwoordiger de schijnhazelaar (Corylopsis) de lampenpoetserstruik (Fothergilla) of de amberboom (Liquidambar). Slechts 5 soorten behoren tot de toverhazelaar heesters die in bosgebieden in Noord-Amerika en Oost Azië inheems zijn.

Toverhazelaars ontwikkelen zich, naarmate ze ouder worden, tot edele struiken en een attractie in de winter. Ze lijken op de hazelaar (Corylus) hoewel ze geen familie zijn en ze duidelijk langzamer groeien. De lichtgrijze-bruinachtige takken en scheuten vormen een gelijkmatige trechtervormige kroon. Meer dan 4 meter hoog worden ze niet. Door deze geringe hoogte kunnen ze ook goed in kleinere tuinen staan. Aan de takken ontstaan brede tot omgekeerde eivormige bladeren die afwisselend zijn geplaatst. Met een prachtige herfstkleuring nemen de struiken afscheid voor de rustperiode. Afhankelijk van de soort lijkt de rust echter niet al te lang te duren. Uiterlijk midden in de winter tooien de toverhazelaars zich opnieuw in kleur. De bloeiperiode van de Chinese toverhazelaar (Hamamelis mollis) en de Japanse toverhazelaar (Hamamelis japonica) begint al vanaf eind januari, vaak in een besneeuwde en ijzige tuin. De vorstresistente, overwegend gele bloemen zitten op korte stelen. Ze geuren en hebben een bijzondere uitwerking door hun spinachtige vorm. De lintvormige bloemblaadjes rollen in elkaar bij vorst en gaan weer open zodra de temperatuur stijgt. Net als duizenden bonte kleuren toveren ze kleur in de wintertuin. De Amerikaanse toverhazelaar (Hamamelis virginiana) is hierop een uitzondering want de bloemen verschijnen al in de herfst. Door de lang aan de boom blijvende bladeren zijn ze echter niet direct zichtbaar. Het duurt tot de late herfst voordat de toverhazelaars de zaaddozen vormen en de zwarte zaden vrijgeven.

In de tuinbouw is een natuurlijke kruising (Hamamelis x intermedia) en de daaruit ontstane cultivars veel voorkomend. De kleuren van de bloemen zijn niet gereduceerd tot gele en oranje tinten, maar fascineren bv. ook met een vlammend rood. Afhankelijk van de standplaats, kunnen ze in borders met struiken, in tuinperken met heesters of als gemengde zichtbeschermingsheg worden ingezet. Solitair staand komt de naar alle kanten uitbreidende groei het beste tot zijn recht. Als vroege voedende plant voor bijen en hommels is ze ondanks haar vreemde afkomst goed geschikt voor natuurlijke en wilde tuinen.

omhoog
Trusted Shops Guarantee