Terug

Varens op de juiste manier verzorgen en vermeerderen

Inhoud

 

Hoe wordt een varen geplant?

Gunstige standplaatsen voor varens zijn weg van een volledig zonnige plaats. De halfschaduw of vooral schaduwplekken bieden bescherming tegen verbranding van het blad en het uitdrogen van de bodem. Lichte plaatsen onder bomen en struiken zijn optimaal, want ze zorgen door hun bladverlies in de herfst voor een actief bodemleven en een natuurlijke humusbijdrage. Als planten die in bossen leven, zijn varens gewend aan een humeuze, frisse bodem, deels voorzien van los gesteentemateriaal. Enkele varens kunnen bij wijze van uitzondering ook zon en droogte verdragen. Groenblijvende varens hebben een bescherming tegen de wind nodig. Ze lijden in de winter door uitdrogende wind bij ijzige temperaturen. Achter muren voelen deze rassen zich goed beschermd, want de stenen verhogen het hele jaar door de luchtvochtigheid door het condenswater. Hoewel de planten van vochtigheid houden en ook nodig hebben, is ophopend vocht funest. Een zware of natte bodem krijgt een drainagelaag en wordt bovendien met humus verrijkt. Een licht verhoogde beplanting zorgt voor het zijdelings aflopen van het water. Bij een lichte zandige bodem wordt compost, potgrond of ander organisch substraat ingewerkt. Als de bodem niet voldoende water kan opslaan droogt deze te snel uit en zorgt ervoor dat de bladeren bruin worden en afsterven.

Varens worden als containerplanten aangeboden. Ze worden bij voorkeur in het voorjaar of in de herfst geplant. Tijdens de klassieke planttijden regent het normaal gesproken vaker dan in de hete zomermaanden. Het plantgat wordt een beetje groter gegraven als de wortelkluit. De uitgegraven aarde wordt verrijkt met compost. Een dichte wortelkluit wordt voorzichtig losgemaakt en een droge kluit wordt in een waterbad gedompeld. Om de plantafstand te meten is de groeivorm of de groeibreedte van belang. De vogelnestvaren (Asplenium), de dubelloofvaren (Blechnum), de driehoeksvaren (Gymnocarpium) of de eikvaren (Polypodium) vormen uitlopers en kunnen de buren belagen. Andere varens, zoals bv. de konings- of struis (beker) varen hebben meer afstand nodig om hun rozetachtig gevormde bladeren beter te kunnen presenteren.

Voor een mooie vormgeving is het de moeite waard, onder grotere varens bodembedekkers te planten die schaduw kunnen verdragen. De waldsteinia of de duizendknoop (Persicaria affinis) vormen losse bodembedekkers waar varens zonder problemen doorheen kunnen groeien. Kleinere varens houden van voegen in rotstuinen en muren, zoals bv. de steenbreekvaren (Asplenium trichomanes). Van een grotere wortelkluit wordt een beetje aarde afgehaald om deze in de voegen te kunnen planten. Er moet wel op worden gelet dat er geen aarde wordt uitgespoeld zolang deze nog niet voldoende gevestigd zijn en wortels in de lucht gaan hangen.

Als een varen zich in de tuin te sterk uitbreidt, wordt een deel uitgegraven en zo mogelijk verplant. Met het verplanten wacht men tot de late herfst of het vroege voorjaar. Belangrijk: de kleuring van het blad ontstaat pas in de zomer! De jonge uitlopers zijn van nature steeds groen!

 

Hoe wordt een varen verzorgd?

Varens hebben niet zonder reden een miljoen jaar oude geschiedenis. Zodra ze zich prettig voelen op een standplaats, blijven ze deze ook trouw. De meeste varens zijn onderhoudsvriendelijk. Tijdens de zomer wordt er gelet op voldoende vochtigheid in de bodem en wordt er naar behoefte beregend. Vooral tijdens droge jaren concurreren de kruidachtige bladplanten met de sterkere groei van bomen en struiken. Hiervoor is het belangrijk dat regelmatig wordt beregend.

 

Hoe wordt een varen op de juiste manier bemest?

Varens verwachten geen bemesting. Ze komen goed terecht met het vergane blad van het afgevallen herfstblad. Ervaren tuinders laten het herfstblad in het schaduwperk liggen tot het voorjaar. Hierdoor wordt het bodemleven geactiveerd en rustende wortelstokken krijgen zo een natuurlijke bescherming. Bij een zandbodem is het goed elk jaar iets van de afgezette compost in de bodem te harken.

In het begin van het voorjaar zijn aan de zomer- en ook aan de groenblijvende varens bruine bladeren te zien. Pas in het voorjaar, voordat ze uitlopen, volgt het terugsnoeien van afgestorven plantdelen omdat deze in de winter voor een extra bescherming zorgen. De afgeknipte takken kunnen opnieuw worden gebruikt als ze klein worden gemaakt, met de compost worden gemengd en zo verse mulch om te bemesten vormen.

 

Hoe wordt een varen vermeerderd?

Het vermeerderen van varens is in principe mogelijk door sporen. Dit is echter nogal moeizaam en kan beter door specialisten worden gedaan. Eenvoudiger is het delen van grotere varens. Zodra de basis meerdere uitlopers en bladknoppen heeft, kunnen deze met een steekschop tot handgrote stukken met voldoende wortelmateriaal worden gedeeld.

Hoe kan een varen worden gebruikt?

Varens zijn door hun eenvoudige schoonheid prachtig om te zien. Ze vormen geen kleurrijke bloemen of contrasterende bladeren. Het is de groeivorm en de symmetrie van de bladeren, die met verschillende groene tinten rustgevend in de tuin werken en andere struiken in de buurt ondersteunen en accentueren. Bijzonder aantrekkelijk is het lichtspel van het gestrooide zonlicht in het varenblad. De lichtpuntjes markeren bladaders, tinten en veren op een interessante manier.

Grote varens met imposante bladrozetten zien er solitair staand het beste uit. In groepjes geplant scheppen ze een decoratieve achtergrond. Halfhoge varens zijn mooi als structuurplant tussen heesters of hogere struiken. Als er veel planten zijn geplant, begroeien de varens die veel uitlopers vormen zoals bv. het venushaar (Adiantum venustum) dicht de schaduwrijke bodem. Een schilderachtige blikvanger is de Japanse regenboogvaren (Athyrium niponicum) met zijn bonte tekeningen. Deze varen kan prachtig in een pot in de schaduw staan. Een varen kan zeer veelzijdig worden gebruikt en laat nauwelijks wensen over. Deze groene eenvoud kan vooral in de schaduw op verschillende manieren worden ingezet.

 

Welke varensoorten zijn er?

Prachtige varens zijn er voor elke tuin en voor elk gebruik.  

 

Hoefijzervaren (Adiantum pedatum) – gracieuze varensoort met donkere stelen en kleine ronde veren.

Venushaar (Adiantum venustum) – sierlijke, bijna breekbaar aandoende varensoort voor een pretentieuse begroeiing van de bodem in de halfschaduw

Dubbelloofvaren (Blechnum spicant) halfhoge soort in rotstuinen of bij heesters met rechtop groeiend blad.

Japanse regenboogvaren (Dryopteris niponicum) – exotisch aandoende varen met een metaalachtig grijs-rood blad mooi in combinatie met vaste planten  

Struis- of bekervaren (Matteuccia struthiopteris) – statige en ongecompliceerde varen met lichtgroen blad  

Koningsvaren (Osmunda regalis) – imposante varen met tot 2 meter groeihoogte en opvallend veerachtig blad.

Herfstvaren (Dryopteris erythrosora) – groenblijvende varen met rood-oranje uitlopers in het voorjaar.

 

Verdere Informatie

Varens behoren tot de oudste planten op onze planeet. Honderden jaren geleden, nog voor de coniferen en de bloeiende planten, vormden de varens met hun bladeren hele bossen. Ze worden aangezien als oorspronkelijke planten met hun groenblijvende of kortlevende bladeren. Uit een langlevende wortelstok ontwikkelt zich vanuit de grond het blad of de bladeren ontstaan in een rozetvorm. De bladeren van de varens zijn symmetrisch gevormd, ze bezitten een naad in het midden en hebben een markante nervatuur. Omdat ze niet tot de bloeiende planten behoren, zullen nooit bloemen ontstaan. Ze vermeerderen zich echter generatief d.m.v. sporen aan de onderkant van het blad. In de wetenschap worden dit sporenhoopjes (eigenlijk: sporangiënhoopje) genoemd. Varens zijn, behalve in zeer koude gebieden, over de hele wereld aan te treffen. Het grootste gedeelte is te vinden in de warme gebieden van de tropen of subtropen. Daar groeien enkele varens tot bomen, die ook boomvarens worden genoemd. De varenflora van de gematigde zone op het noordelijk halfrond wordt beschouwd als rijk aan soorten. De meeste tuinvarens behoren hiertoe.

In tuinen zijn varens geliefd op standplaatsen waar bloeiende planten het moeilijk hebben. Ze houden van vochtige, schaduwrijke plekken en zijn kenmerkend voor hun gracieuze verschijning met hun symmetrisch gevormde waaiervormige bladeren. De bladeren zijn overwegend groen, maar er zijn ook variaties met rode, gele of grijze tinten. Sommige bladeren bezitten sterke contrastrijke stelen, zoals bv. de hoefijzervaren (Adiantum pedatum). Enkele rassen groeien anders, zodat hun verschijning en het gebruik in de tuin afwisselend is.

Groenblijvende varens hebben vooral in de winter een mooie sierwaarde. Bij vorst ziet rijp op het blad er interessant uit en de planten bedekken mooi de verder kale bodem. De meeste varens zijn op schaduwrijke plekken aan te treffen of als onderbeplanting bij heesters. Ze sieren samen met mooi getekende sierstruiken borders en zien er mooi uit als vlakke bodembegroeiing onder bomen en struiken. Kleinere varensoorten kruipen in de spleten van muren of in rotstuinen of hellingen die in de halfschaduw liggen. Bijna alle tuinvarens zijn langlevend en worden gewaardeerd door hun uithoudingsvermogen in de tuin. Sommige groeien zo uitbundig dat ze lastig worden voor de buren. Compact groeiende varens zijn perfect in combinatie met vaste planten. De hosta, schout-bij-nacht (Rodgersia), salomonszegel (Polygonatum) of de vrouwenmantel (Alchemilla) zijn aan te bevelen buren in het tuinperk. 

omhoog
Trusted Shops Guarantee