Terug

Siergrassen op de juiste manier snoeien, vermeerderen en planten.

Hoewel het niet direct opvalt, maar grassen zijn onmisbaar in de tuin. Ze staan maar zelden in het rampenlicht, maar als ze ontbreken, is een tuin niet compleet. Als grassen worden de één-, twee- of meerjarige vaste planten uit de familie van de zoete grassen (Poaceae), de russenfamilie, de cypergrassenfamilie en de lisdoddefamilie bedoeld. Alle 4 families hebben gelijkenissen, die als verzamelbegrip „grassen“ worden genoemd. In de tuinbouw spelen de zoete grassen de grootste rol omdat de meeste siergrassen tot de zoete grassen behoren. Ze lijken erg veel op elkaar, maar het rijke kleurenspectrum en de veelzijdigheid zorgen ervoor dat ze erg interessant zijn en op vele manieren kunnen worden ingezet.

Hun opvallende groei ontwikkelen grassen door de rechtopstaande of hangende takken. De halmen zijn vaak hol, bevatten knobbels, waar aan de onderkant steeds een blad groeit. (tweezijdige bladvorming). De bladeren van veel siergrassen zijn opvallend gekleurd of hebben lange of dwarsstrepen. De schakeringen variëren van groen, geel, zilverblauw tot stralend rood. Filigraan en gracieus werken de zich aan de top bevindende bloemen, meestal als aren of pluimen.

Het is moeilijk te beschrijven waarom grassen zo fascinerend zijn. Het zachte wiegen in de wind of het ritselen van de bladeren en halmen lijken op het lichte ruisen van de zee. In de tuin is er nauwelijks een standplaats die ongepast voor grassen zou zijn. Elke professionele tuinplanner weet dat een goede tuin met vaste planten minstens voor een kwart deel uit grassen bestaat.

Ze spelen in het tuinperk een eenvoudige bijrol en zorgen ervoor dat prachtige vaste planten hun naam alle eer aandoen. Ze dringen zich niet op maar vallen juist op door hun terughoudendheid. Ze dringen zich nooit op de voorgrond maar betonen liever de bloeiende buurplanten.

De groei en de hoogte bestemmen het gebruik van siergrassen in de tuin. De spanbreedte varieert van enkele centimeters tot enorme 3 meter hoogte. Compacte grassen kunnen als bodembegroeiing worden gebruikt, voor omrandingen of in rotstuinen. Ook staan ze erg mooi in een pot. Halfhoge grassen bieden structuur, vullen gaten op en steken uit boven bodembedekkers. Grote grassen werken solitair staand of in kleine groepjes indrukwekkend. Ze vormen een dichte achtergrond of nemen in het tuinperk een leidende functie in als ze in kleine groepjes worden geplant.

Nog altijd voeren de grassen een schaduwbestaan in de hedendaagse tuinbouw. Ze worden veel te zelden geplant, hoewel ze door hun verscheidenheid aan kleuren en vormen verrassen en bekoren door hun bescheidenheid.

 

Inhoud

  • Siergrassen planten
  • Siergrassen onderhouden
  • Siergrassen gebruik

 

Hoe worden siergrassen geplant?

Grassen zijn over het algemeen weinig eisen stellende planten. Als ze op de juiste plaats staan, zijn ze heel eenvoudig te onderhouden. Hun aanspraken variëren en worden voorgegeven door hun natuurlijke standplaats of hun afkomst. Het grootste gedeelte van de grassen is afkomstig uit weide- en steppenregio’s. Deze grassen hebben een zonnige standplaats nodig en een doorlatende of tenminste normale bodem.

 

Kunnen siergrassen ook in de schaduw worden geplant?

Grassen uit bosgebieden geven de voorkeur aan een plek in de schaduw met een humeuze, verse bodem, bv. als onderbeplanting bij struiken of aan de rand bij heesters. Grassen uit vochtige weidegrond, moerassen of aan rivierbeddingen hebben een vochtige tot natte bodem nodig, die bv. aan de rand van vijvers te vinden zijn.

Grassen, die in een container worden gekocht, kunnen in de vorstvrije periodes het hele jaar door worden geplant. Grassen die van warmte houden worden het liefst in het voorjaar geplant. Ze gebruiken de hele zomer om zich op hun standplaats te wortelen. Soortgelijk is het met de een- of tweejarige grassen. Zij krijgen zo voldoende tijd om zich uit te zaaien.

Bij het planten is het belangrijk de grassen voldoende afstand te geven. Door hun bossige groei moet er zoveel plaats zijn, dat hun groeivorm tot zijn recht komt. Kleinere grassen die als bodembegroeiing dienen hebben voldoende aan 25 tot 30 cm afstand. Grote grassen die solitair staan, zoals bv. het imposante pampasgras (Cortaderia) geeft men minstens 1 meter afstand. De plantdiepte is afhankelijk van de pothoogte. Grassen mogen zeker niet te diep worden geplant. Na het planten moet de bodem doordringend worden gegoten. Belangrijk is het altijd om de plant heen te gieten en niet direct tussen het gras. Als daar vochtigheid inkomt, gaan de planten meestal aan de basis rotten.

Rondom het siergras kan mulch worden aangebracht. Dit heeft het voordeel dat onkruid geen kans krijgt en het ongecontroleerde uitzaaien van het gras wordt beperkt.

Siergrassen kunnen in de herfst of het voorjaar probleemloos worden omgeplant. Ze vinden het wisselen van standplaats niet erg. Alleen bij oudere en grote solitair staande grassen moet voorzichtig te werk worden gegaan.

 

Hoe worden siergrassen onderhouden?

Nadat siergrassen zijn aangegroeid, zijn ze bijzonder eenvoudig in het onderhoud. Ze worden samen met de buurplanten gegoten en hebben geen extra verzorging nodig. Hetzelfde geldt voor het bemesten, dit is meestal niet nodig of zelfs schadelijk. De voedingsstoffen van de buurplanten zijn voldoende. Alleen grote solitair staande grassen zoals bv. het pampasgras of het prachtriet groeien beter als deze jaarlijks compost of hoornspaanders krijgen.

Wild groeiend gras naast het siergras moet regelmatig worden verwijderd. Als hier niet wordt ingegrepen verwildert het siergras met het wilde gras en ontstaat zo een ongewenste mix. De oppervlakte wordt voorzichtig losgemaakt zonder de graswortels te beschadigen.

 

Hoe wordt siergras gesnoeid?

Normaalgesproken worden siergrassen in het voorjaar gesnoeid, want hun silhouetten zien er in de winter nog heel attractief uit. Vooral de uitgebloeide aren en de afgestorven bladeren worden gesnoeid. Groenblijvende grassen hoeven niet te worden gesnoeid. Om ze te onderhouden worden ze met een kleine handhark of door met handschoenen beschutte vingers doorgekamd. Zo worden dode plantdelen verwijderd.

Bijna alle siergrassen komen goed door de winter en zijn vorstbestendig. Vooral vocht zorgde in de afgelopen jaren vaker voor problemen. Als vochtigheid in de holle halmen dringt of zich aan de basis vocht verzamelt kan dit bij bevriezing de anders zo robuuste grassen beschadigen. Om dit tegen te gaan is het raadzaam de bladeren op- of samen te binden zodat vochtigheid niet kan binnendringen.

 

Hoe wordt siergras vermeerderd?

Veel siergrassen vermeerderen zich vaak zelf zonder dat er iets gedaan hoeft te worden. Ze hebben de neiging zichzelf uit te zaaien. In het voorjaar ontstaan er in de omgeving heel veel kleine graszaadjes die helaas nauwelijks van onkruid te onderscheiden zijn. Dit bevestigt wel dat de meeste pure soorten heel goed door het zaaien vermeerderd kunnen worden. Gekweekte soorten, die eveneens bestaan bij de siergrassen, worden vegetatief vermeerderd om een pure soort bij te behouden. Dit is mogelijk door deling van de horst of de bosjes in het voorjaar of de herfst. Met een schop kunnen de planten worden gedeeld. Met voldoende wortels en bladeren worden de deelstukken dan op de nieuwe plaats van bestemming geplant.

 

Hoe kunnen siergrassen worden gebruikt?

Een goed tuinontwerp heeft siergras nodig. Ook als ze meer als een terughoudende tuinbegeleider oftewel “liefde op de tweede blik” worden beschouwd, zorgen ze in perken en andere beplantingen voor structuur. Ze liefkozen bloeiende struiken en andere dominante partners door hun eenvoud en exponeren deze indrukwekkend op de voorgrond Bij de keus van de planten is het belangrijk te bedenken dat veel zonminnende grassen pas laat uitlopen. De grassen met voorjaarsbloeiers te combineren is daarom weinig zinvol. Prachtige effecten kunnen met bollen worden bereikt, vooral allium, prairielelie (Camassia), tulpen (Tulipa) of de naald van Cleopatra (Eremerus). De bloembollen schuiven de slanke stelen tussen de grassen in de hoogte en worden na de bloeiperiode door de grassen bedekt en in de rustperiode beschut.

Halfhoge of zeer attractieve en hoge siergrassen zien er solitair staand indrukwekkend uit, Zoals bv. het lampenpoetsersgras (Pennisetum), prachtriet (Miscanthus), Pampasgras (Cortaderia) of het vingergras (Panicum).

 

Welke siergrassoorten zijn er?  

Siergrassen zijn er in een enorme verscheidenheid die allemaal hun eigen charme hebben en een eigen gebruik.

  • Struisriet (Calamagrostis) – rechtop groeiend siergras met stijve rechtopstaande takken geschikt voor perken met vaste planten in de zon of halfschaduw.  
  • Pijpenstrootje (Molinia) – strak rechtop groeiend siergras met smalle stengels voor zonnige perken, rots- of heidetuinen  
  • Prachtriet (Miscanthus) – imposant, hoog groeiend gras met filigrane pluimen voor op de achtergrond of solitair geplant in de zon of halfschaduw
  • Lampenpoetsersgras (Pennisetum) – sierlijk siergras met een mooie hangende vorm en breed bloeiende pluimen
  • Japans bloedgras (Imperata) – Indrukwekkend siergras met stralend rode bladeren in de late zomer en herfst voor tuinperken, potten en in borders.
  • Goudbandgras (Hakonechloa) – Prachtig schaduwgras met gele gekweekte soorten (bv. Aureola) dat dichte compacte pollen vormt.
  • Trilgras (Briza) – vaste plant, maar kortlevend gras met bloeiende trossen en – pluimen en een intensieve herfstkleuring
  • Veldbies (Luzula) – droogte verdragend en krachtig gras, dat afhankelijk van de soort in de zon of de schaduw gedijt.  
  • Plataargras (Chasmanthium) – decoratief gras met opvallend bloeiende kopjes die gebruikt worden in droogboeketten.  
  • Parelgras (Sporobolus) – filigraan gras om gaten op te vullen met ver overhangende bladeren.
  • Zwenkgras (Festuca) – droogte verdragend en compact siergras met vaak een blauwachtige kleuring van het blad
  • Fakkelgras (Koeleria) – blauwachtig gras wat lijkt op het zwenkgras maar met grotere bloeiende aren.
  • Zegge (Carex) – van vochtigheid houdend en krachtig siergras met deels bijzondere pluimen.
  • Slijkgras (Spartina pectinata 'Aureomarginata') – vormt uitlopers, hoger groeiend gras met een sierlijke geelgroene kleuring van het blad.
omhoog