Terug

Erdmandel (Cyperus esculentus)

De knolcyperus of aardamandel is in onze regio een nogal exotische en onbekende plant, alhoewel de plant op onze breedtegraad in het verleden toch al werd aangebouwd. Oorspronkelijk komt de knolcyperus uit Zuid-Afrika en ook de oude Egyptenaren kenden deze plant al. De knolcyperus heeft veel verschillende namen en synoniemen waaronder de plant over de hele wereld bekend is. In Spanje wordt de plant Chufa genoemd en daarvan wordt het geliefde drankje “Horchata de Chufa” gemaakt. In het Engels kent men de plant als “tiger-nut”, “earth-nut”, “ground-nut” of “rush-nut”.

De knolcyperus is een grassoort, beter gezegd een zure grassoort, die erg smakelijke knollen produceert, niet groter dan een vingertopje en naar amandelen smaken. De vruchten zijn echter geen familie van de amandel of de pinda.


Standplaats / verzorging

Omdat de knolcyperus door haar zuidelijke afkomst nogal vorstgevoelig is, wordt ze pas uitgeplant na de ijsheiligen, vanaf half mei, als de bodem een temperatuur heeft van ca. 8-10° C. In de meer zuidelijke gebieden kan de plant al eerder worden geplant.

De knolcyperus heeft een lichte bodem, zoals bv. een zandige kleigrond nodig. Ze heeft het liefst een vochtig-warme temperatuur op een zonnige standplaats. Als de knollen worden gevormd is het belangrijk de plant voldoende water te geven. Aan de bemesting stelt de plant minder eisen. Zo heeft onderzoek aangetoond dat een stikstof houdende meststof geen hogere opbrengst veroorzaakte. Belangrijk is het wel de plant met voldoende kalium en fosfor te verzorgen.

Eén plant kan ca. 500 nieuwe knollen produceren, die normaal gesproken 40-50 cm van de moederplant verwijderd ontstaan.


Oogst

De knolcyperus wordt vanaf half oktober geoogst  (voor de eerste vorst zou de oogst afgesloten moeten zijn), het beste met een riek. Eerst wordt het groene gras verwijderd – dit kan als veevoer worden gebruikt. Na de oogst worden de knollen gewassen en resten aarde en wortelstukken verwijderd. Daarna worden de knollen gedroogd zodat ze opgeslagen  kunnen worden. Ze kunnen rauw, geroosterd of gemalen worden gegeten, maar ook voor het maken van amandelolie of als basis voor drankjes worden gebruikt.

omhoog