Terug

Indische curryboom “Murraya” (Chalcas Koenigii)

De curryboom is oorspronkelijk afkomstig uit Indië. Vandaag de dag  te vinden in het wild of verwildert op het hele subcontinent met uitzondering van de hoge gebieden in het Himalaya gebergte. Naar het oosten is het verspreidingsgebied tot Myanmar. De bladeren zijn eivormig, tot 5 cm lang en 2 cm breed. Heerlijk aromatisch. De bloemen zijn wit en de rijpe vruchten donkerpaars.

 

Standplaats en verzorging

De boom is niet winterhard. Hij heeft een warme en zonnige standplaats nodig. In de groeiperiode goed bemesten. Tijdens de warme periode rijkelijk gieten, hoewel de aarde tussen de gietbeurten even mag uitdrogen. Overwinteren op een zo mogelijk lichte en warme plaats (niet onder 18° C). Dan slechts zoveel gieten dat de wortelbal niet uitdroogt.

 

Gebruik 

Gebruikt wordt de wortel, de bast en de bladeren van de curryboom. De bladeren zijn door de nootachtige, krachtige smaak een geliefd kruid en geeft aan alle aziatische gerechten zijn speciale aroma. Hierbij worden uitsluitend de verse bladeren gebruikt. Gedroogde bladeren verliezen het meeste van het aroma. Beter is het de bladeren in de koelkast te bewaren of in te vriezen. Tot zijn gebruik worden de bladeren niet van de takken genomen.

De bladeren zijn niet hetzelfde als het bij ons verkrijgbare currykruid. Dit is meestal een mengsel van curcuma, koriander en paprika. Deze mix bevat niet de currybladeren. De smaak is ook heel anders.

Currybladeren worden vaak gebruikt in de aziatische keuken. Bij het bereiden van het gerecht worden ze toegevoegd en bij het serveren weer verwijderd.

 

omhoog