Terug

Indianer-Banane (Asimina triloba)

De vruchten van deze rariteit zijn kenmerkend door hun unieke, tropische aroma van bananen, ananas, mango en vanille alsmede door de hoge voedingswaarde en veel vitamine a en c. De prairiebanaan, ook Pawpaw genoemd is niet alleen een interessante vrucht, de decoratieve bloemen en de grote bladeren, die in de herfst geel kleuren, maken van deze rariteit ook een attractieve sierstruik. De bomen groeien mooi pyramidevormig en worden ca. 3-4 meter hoog.

 

Standplaats

De prairiebanaan tolereert temperaturen van  -25° C tot meer dan  +35° C en kan daarom bij ons overal groeien waar perzikken en abrikozen zich prettig voelen. De plant houdt van een zonnige standplaats met een humusrijke, vochtige, waterdoorlaatbare bodem.
 

Oogst

De oogsttijd begint in oktober, als de vruchten zacht en geel worden. De eerste vruchten kunnen na ca. 3-4 jaar worden geoogst.

De 7-9 cm lange vruchten hebben een doorsnee van 3-5 cm. Het vruchtvlees is geel, zacht en cremig. Om ze te eten snijdt men de vruchten in 2 helften, verwijderd de pitten en haalt het zachte vruchtvlees er met een lepel uit. De dunne schaal wordt niet meegegeten. Het beste is het de vruchten direct te eten, omdat ze niet goed kunnen worden bewaard.

 

Verzorging

De plant is resistent tegen schadelijke insecten en ziektes. Plantenbescherming is dus niet nodig. Op grond van de hoeveelheid bladeren hebben de boompjes veel water nodig. Als ze worden gegoten dan doordringend, zodat de aarde tot onderaan water heeft. Bij droogte worden de bloemen en de bladeren afgeworpen.

 

Snoeien

Snoeien naar behoefte, na de oogst. Het uitdunnen van de kroon werkt begunstigend op de vernieuwing van het vruchthout.

 

Gebruik

De vruchten zijn heerlijk om zo te eten, maar ook in gebak, of om er jam of alcoholische drankjes van te maken.

Passend daarbij...

omhoog