Terug

Echte Vanille op de juiste manier planten, onderhouden, vermeerderen

De echte vanille, een groenblijvende klimplant met prachtige bloemen, is een zeer interessante plant. Het is een echte orchidee, waarvan uit het zaad, merg wordt geoogst wat wij als vanille kennen en waarderen. Het is bovendien de enige vrucht uit de familie van de orchideeën. De echte vanille (Vanilla planifolia) is oorspronkelijk afkomstig uit Mexico en Midden-Amerika en behoort tot één van de grootste rassen van het geslacht. Tot het Vanilla geslacht behoren meer dan 100 verschillende rassen.

Deze orchidee in huis kweken is een uitdaging want ze heeft omstandigheden nodig die aan nogal veel eisen moeten voldoen. Ideaal is het de orchidee in een verwarmde kas te kweken, met veel licht en waar een hoge luchtvochtigheid kan worden gecreëerd. In de handel wordt de echte vanille ook aangeboden als bourbon-vanille of Mexicaanse vanille.

De echte vanille ontwikkelt maar weinig takken, die 10 tot 15 meter lang kunnen worden. Jaarlijks kan de vanille wel 1 tot 1,5 meter groeien. De bloemen ontstaan in de bladoksels. Zij hebben een geelgroene kleur en geuren intensief. De enkele bloemen verwelken reeds na 8 uur. De eerste vruchten ontstaan na ca. 3 tot 4 jaren. Deze kunnen huidirritaties veroorzaken en ook allergische reacties oproepen.

 

Inhoud

 

Standplaats

Bij de standplaats is het belangrijk dat de plant nooit in de volle zon staat, maar wel op een lichte en warme plaats.  Het maakt niet uit of dat in huis, in de serre of de kas is, of in de zomer buiten. De temperatuur moet zo hoog mogelijk zijn. Ideaal zijn 28° C, maar tenminste vanaf 18° C en liefst tussen 20 en 25° C. Als de temperatuur maar gelijkmatig blijft. De vanille houdt niet van grote temperatuurverschillen. In de zomer staat de vanille ook graag in een hele warme kas. De vanille heeft een hoge luchtvochtigheid (liefst 80%) nodig die in onze regio kunstmatig moet worden gecreëerd. Als de echte vanille in huis wordt gehouden is een raam op het oosten of westen het meest geschikt. Bij een normale kamertemperatuur ontstaan zelden tot nooit bloemen.

In de zomer staat de vanille graag in een warme kas. In de winter mag de temperatuur nooit lager zijn dan 15° C.

 

Planten

De vanille wordt net als andere orchideeën geplant. Het is wel belangrijk heel voorzichtig met de planten te zijn, omdat de lange takken gemakkelijk kunnen breken. Het substraat wordt losjes om de plant gelegd, vervolgens een beetje schudden, zodat het kan zakken. Het mag niet te vast worden aangeduwd. Belangrijk is dat de wortels kunnen ademen. Door de lange ranken is een rankhulp noodzakelijk. Alternatief kan de vanille ook als hangplant worden gehouden. Alle 3 tot 4 jaar is het verplanten van de vanille noodzakelijk.

Substraat

De echte vanille is een orchidee en houdt daarom, net als haar soortgenoten, van orchideeën potgrond. Het substraat moet licht vochtig zijn. Het beste is een mengsel van potgrond van de pijnboom gemengd met normale potgrond. In elk geval is het belangrijk dat het substraat brokkelig en doorlatend is.

 

Gieten en bemesten

Bij het gieten moet kalkvrij, warm water worden gebruikt. Het beste is het regenwater, die op temperatuur is gebracht, te gebruiken. Belangrijk is een hoge luchtvochtigheid. Die bereikt men door te sproeien met kalkvrij water of indien de pot met de orchidee in een overpot in een andere pot wordt gezet die gevuld is met water. De orchidee houdt niet van ophopend vocht omdat de wortels dan kunnen rotten. De oppervlakte mag licht opdrogen.

Eén keer per maand wordt bemest met een speciale meststof voor orchideeën.

 

Onderhoud

Het onderhoud van deze orchidee is niet eenvoudig. In huis kan ze weliswaar gekweekt worden, maar deze in bloei te krijgen is erg moeilijk en lukt meestal niet, omdat de orchidee een extreem hoge luchtvochtigheid, temperaturen rond 28° C en een hele lichte standplaats nodig heeft – die in veel woonruimtes niet of nauwelijks voorhanden is. Om deze reden is een kas een betere plaats voor de vanille. De luchtvochtigheid moet kunstmatig worden gecreëerd en de temperaturen mooi hoog. Zelfs onder deze omstandigheden is het niet eenvoudig de vanille in bloei te krijgen. Deze moet dan met de hand worden bestoven omdat ze maar enkele uren geopend is. Pas als dat gelukt is, is er een kans vanillestengels te oogsten. Deze moeten dan nog gefermenteerd worden.

 

Snoeien

Een vanille orchidee hoeft niet te worden gesnoeid. Ze groeien niet zo snel en moeten groot zijn om bloemen te kunnen vormen. Snoeien is daarom contra productief. De toppen mogen wel een beetje worden gekort, zodat ze iets beter vertakken, maar zeker niet te vroeg toppen.

 

Overwinteren

In de winter neemt de vanille orchidee een kleine rustpauze. Deze is echter niet zo intensief dan bij andere orchideeën. Er wordt minder gegoten en niet bemest. De wortelkluit wordt slechts lichtjes vochtig gehouden. De plant heeft echter nog steeds veel licht nodig en temperaturen hoger dan 15° C. Ook de luchtvochtigheid blijft hoog.

 

Vermeerderen

Het vermeerderen kan eenvoudig worden gedaan door stekjes van de punten te nemen of van de wortels. Het vermeerderen d.m.v. zaad is alleen iets voor vakkundige specialisten. Als een vanilleplant te veel water heeft gekregen en de wortels zijn weggerot, is het nog steeds mogelijk de plant te redden. Eenvoudig een stekje van de kop nemen en daarmee kan een nieuwe plant of nieuwe planten worden gekweekt.

Voor het vermeerderen wordt aan het einde van de tak een ca. 40 cm lang stuk afgeknipt. Aan de onderkant – ongeveer vanaf de helft – worden alle blaadjes verwijderd. Het stuk zonder bladeren in een pot met kweekaarde leggen en met ca. 1 cm aarde bedekken. De andere helft aan een rankhulp bevestigen, zodat het geplante deel niet door het gewicht weer uit de aarde komt. De kweekaarde lichtjes met een sproeier vochtig maken. Vervolgens is het het beste alles in een kamerkweekkas of een folietunnel te plaatsen. Dit zorgt voor de noodzakelijke luchtvochtigheid. Belangrijk is het de aarde niet te vochtig te maken. Beter is het steeds opnieuw de bladeren te besproeien. Dit is voldoende vochtigheid. De stekjes moeten licht staan maar niet in de zon. De temperatuur zou 25° C moeten bedragen. Zodra aan de tak een nieuwe uitloper komt, is het gelukt aan het stekje wortels te krijgen. Dit duurt minstens een maand. Daarna beginnen ook de wortels te groeien. Alternatief kan de orchidee ook in een waterglas worden gezet om wortels krijgen.

 

Ziektes en ongedierte

Ziektes ontstaan maar zelden en ontstaan meestal door verzorgingsfouten. Vaak is de plant te vochtig, waardoor wortelrot kan ontstaan. Hier moet de plant direct uit het substraat worden gehaald. De rotte wortels voorzichtig eraf halen en in nieuw vers substraat planten. Dit moet dan duidelijk droger zijn.

Als de bladeren droog worden, krijgt de plant te weinig water. Oudere planten met veel bladeren verbruiken rijkelijk water, de verdamping vindt plaats via de bladeren. Hier is de oplossing de plant meer water te geven. Belangrijk is wel dat de bovenste laag goed gedroogd moet zijn.

Ongedierte in de vorm van schildluizen treden vooral tijdens de overwintering op, meestal als de standplaats te koud is. Ook kunnen schildluizen ontstaan bij te veel vochtigheid bij de wortels. Dit verzwakt de plant en leidt tot het ontstaan van ongedierte.

 

Veel gestelde vragen

 

Is het mogelijk ook in onze regio vanillestengels te oogsten en wat is daarvoor noodzakelijk?

Dit is moeilijk, maar niet onmogelijk. Als de plant in huis staat bloeit de plant meestal niet omdat de temperaturen en de luchtvochtigheid niet hoog genoeg kunnen zijn. In een kas is dit wel mogelijk. Als deze voldoende warm en vochtig is door bv. speciale luchtvochtigheidsapparaten en het vaak besproeien van de bladeren. Ook dan duurt het enkele jaren (3-4) voordat de plant gaat bloeien omdat de plant daarvoor een goede grootte moet hebben. Belangrijk is het de uiteindes van de ranken niet meer op te binden, maar deze te laten hangen. Alleen dan kunnen knoppen worden gevormd. Als de plant uiteindelijk bloeit, moet deze met de hand worden bestoven. In onze regio zijn geen insecten of vogels die dat doen. De bloemen zijn maar enkele uren open en dat meestal vroeg in de morgen. Dan is het belangrijk ter plaatse te zijn. De bloemen gaan na elkaar open en niet allemaal op dezelfde tijd. Bij de bestuiving moet een tongvormig lipje aan de kant worden geduwd. Deze scheidt de mannelijke stuifmeeldraden van de vrouwelijke naad. Met een tandenstoker of een soortgelijk “gereedschap” kan de blokkade voorzichtig worden weggehaald, waarbij de bloem zachtjes wordt geschud. Het stuifmeel valt dan op de naad. Als de bestuiving is gelukt kunnen de begeerde vanillestengels worden gevormd. Dit kan echter tot wel 9 maanden duren. De stengels moeten halfrijp worden geoogst. Als ze te rijp zijn, kunnen de stengels openbreken.

Kunnen de stengels vers geplukt worden gebruikt of moeten ze nog behandeld worden?

Om de typische vanillesmaak te krijgen, moeten de stengels worden gefermenteerd. Hiervoor is weer een vochtige en warme omgeving nodig. De stengels worden in vochtige doeken gewikkeld en op een warme verwarming gelegd. Daar blijven ze één tot twee weken. De stengels worden bruin en verschrompelen. De glycoside wat binnenin de stengels zit, wordt gespleten en dan ontstaat vanilline. Dit is te zien aan witte kristallen die ontstaan. Dan moeten de stengels worden gedroogd. Dit geschiedt oftewel aan de frisse lucht (2 tot 3 maanden) – wel in de schaduw – of in een oven bij 45 tot 50° C. Als dit afgesloten is, moet de vanille nog 3 maanden worden bewaard zodat het aroma zich volledig kan ontwikkelen.

Passend daarbij...

omhoog